Selectieve afvalscheiding in Europa

Het is verkeerd te denken dat selectieve afvalscheiding een recente trend is. Integendeel, reeds in de oertijd werd dit concept toegepast. Voorhistorische mensen hergebruikten een deel van hun voedselafval, ondermeer beenderen en ivoor, om er ofwel wapens of naalden uit te maken. Terzelfdertijd werden andere resten in grachten of putten gegooid, of  werden ze bewaard in schuilplaatsen waar die mensen hun tijd grotendeels doorbrachten.

Een stuk later, in 1884, in Frankrijk, werd de vuilnisbak uitgevonden door het hoofd van het Seine-departement, Eugène Poubelle. Het is belangrijk te weten dat deze uitvinding, die nog altijd deel uitmakkt van ons dagelijks leven, reeds rekening hield met selectieve afvalscheiding. Er waren drie verplichte bakken : éen bestemd voor rotbare stoffen, een tweede voor papier en vodden en laatste voor glas, aardewerk en oesterschelpen. Maar in werkelijkheid werd deze regelgeving weinig nageleefd en het is enkel bijna een eeuw later, een jaar na de oliecrisis van 1973, dat de afvalscheiding effectief werd ingevoerd.

In het begin ging het enkel om alle contact te vermijden tussen stoffen die een chemische reactie konden veroorzaken, waaronder fermenteerbaar huisafval dat andere stoffen kan aantasten, zoals afgedankte electrische  batterijen. Vandaag is de inzet niet alleen ecologisch maar ook economisch, zowel voor particulieren als bedrijven. Deze laatste moeten de verplichtingen naleven opgesteld in het decreet over scheiding van papier, metaal, palstic, glas en hout. En dat is best nodig, want bedrijven produceren dagelijks een groot en gevarieerd volume afval. Afvalscheiding invoeren op de werkvloer en de werknemers erbij betrekken zal leiden tot posiitieve resultaten op ecologisch vlak, maar zal ook het bedrijf helpen de kosten te drukken.